Privacyverklaring

Doe 's gek

Doe ‘s gek

Op 19 februari was er in de Erica kerk weer een restaurant Ont-Moeten. Dit keer met het thema: Doe ’s gek.

Misschien heeft u de thema’s door het jaar heen al eens opgemerkt en vraagt u zich af, hoe we daar op komen en wat er mee gedaan wordt. Natuurlijk bent u altijd welkom om dat zelf te ondervinden.

Het thema doe ’s gek kwam uit mijn brein voort. En bij nadere bestudering van mijn eigen brainwave kom ik er achter dat ik regelmatig schrik van de normaalheid waarmee mensen proberen te leven. En dat terwijl ik nog nooit een normaal mens heb ontmoet.

“Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg” is toch zo’n uitspraak waar mee velen worden opgevoed. En nog erger, waarmee velen leven tot het einde.

Ook ik kreeg dat te horen, samen met teksten als ‘wat zullen de buren wel niet denken’.

Inmiddels trek ik mij daar niet zo veel meer van aan. Ik weet mij redelijk goed te gedragen in situaties waarin de etiquette dit van mij vraagt. Maar op andere momenten durf ik gek te doen.

Spannend natuurlijk wat dat gek doen dan inhoudt. Soms is het gewoon mijn mening geven, mijn waarheid benoemen, op momenten dat anderen misschien denken: ‘dat zeg ik niet want dan vinden ze mij niet meer aardig’.

En op een feestje van de personeelsvereniging houdt dat in dat ik met twee glazen spa rood op gewoon lekker gek kan dansen (waarna anderen denken dat ik flink gedronken heb).

Kortom waar het kan, moet of leuk is, doe ik wel eens gek.

En dat werkt bevrijdend kan ik u vertellen. Zo werkte het heel bevrijdend dat ik in mijn tweede viering in de Emmaüs, in 2012 gewoon hardop de ‘eisen’  van de viering voorlas en vertelde dat ik tijdens de overweging niet achter het spreekgestoelte ga staan. Dat past mij  niet en mijn motoriek is te gevaarlijk met de brandende kaarsen in de buurt. Best gek volgens sommigen, maar bevrijdend voor mijzelf.

En misschien zijn mijn inspiratie stukjes ook wat gek. Ik heb nooit een cursus gehad of richtlijnen waaraan dit moet voldoen. Dus ik schrijf naar eigen inzicht. Soms lees ik van collega’s mooie theologische verhandelingen of vooruitblikken naar de periode van het kerkelijk jaar. En terwijl ik dit schrijf denk ik dan ook: ‘moet ik nog een theologische verhandeling aan het thema koppelen?’

Nou vooruit: Jezus deed in zijn tijd heel gek. Hij ging tegen allerlei regels van normaalheid in. Gooide de tafels in de tempel omver. Brak brood en vis in duizenden stukken. En terwijl de Schriftgeleerden hem probeerden te betrappen op een fout, reageerde hij met uitspraken die niemand had bedacht:  ‘wie van u zonder zonde is werpe de eerste steen’,  ‘maak je geen zorgen voor morgen, want morgen zorgt wel voor zichzelf.’ En ‘als je op de linkerwang geslagen wordt, keer je rechterwang toe.’

Ik hoop dus dat ik het niet van een vreemde heb 😊. En zo ben ik een blije gelovige en soms een blije ongelovige die probeert het goede te doen, maar met de brede glimlach omdat het leven soms al zwaar genoeg is. Gek doen is, wanneer je het koppelt aan het woord bevrijdend een fantastisch religieus thema.

Om u een beetje op weg te helpen tot slot nog even dit, misschien helpt het u op weg:

Herman Finkers zie ooit: Humor is verdraaid verdriet.

Ik denk dat als je humor gebruikt het kan helpen de scherpe kantjes van de zware dingen te halen.

Genesis

Het begin was woest en leeg

Tot de schepper inspiratie kreeg.

Hij schiep de mens en zei: Verroest,

Nou is pas alle leeg en woest.   (Hans Dorrestijn)

 

Ik wens u de bevrijdende glimlach van een gekke dag!

Leven is pelgrimeren

Leven is pelgrimeren.

 Een van de oudste verhalen over pelgrimeren vinden we in het Oude Testament. 

“Ga, Ga uit je land, uit je familie, uit je vaderhuis, naar het land dat ik je wijzen zal.”

Zo lezen we dat Abraham op weg ging, geroepen door een stem, hij gaf gehoor aan een stem zonder zelf te weten wat zijn bestemming zou zijn.  Er was geen sprake van een uitgestippelde route met bepaalde dag-etappes.  Er was geen sprake van dat hij al wist in welke plaats hij terecht zou komen of waarheen zijn reis hem zou voeren.   Hoe zijn weg zou gaan dat werd pas gaandeweg duidelijk. Hij ging op reis, pelgrimeren, op bedevaart zonder zijn bestemming te weten.

 In de verhalen van de aartsvaders Abraham, Isaac en Jacob zien we dat het voor de mensen niet vanzelfsprekend was dat ze lang op één plaats bleven wonen.  Het waren reizigers, nomaden, pelgrims en vooraan in die stoet zien wij de gestalten van de aartsvaders en de aartsmoeders, de eerste pelgrims die hun levensreis hebben aangevangen. 

 In het oude Israël leefde men in de overtuiging dat je eigenlijk geen vaste verblijfplaats nodig hebt. Voor een oude Israëliet was het oppassen met zich op aarde een huis te bouwen, want voor je het weet ga je je ergens vestigen. Hoed je voor huizen en kastelen, pas op voor paleizen en Pyramides, want als je niet oppast, dan zit je weer gevangen. 

Een mens moet in beweging blijven, in vrijheid om te gaan en we zijn hier tenslotte te gast op deze aarde.  Wij zijn hier op doortocht, is de gedachte.  Wij zijn als pelgrims onderweg. 

 In deze tijd hebben wij een andere beleving.  Onze beleving is meer gericht op het verwerven van een vaste plek om te wonen. Zodra we daartoe in staat zijn verlaten we ons ouderlijk huis en we vestigen ons, we gaan op eigen benen staan.  We zoeken een eigen huis, een plek onder de zon, en het huis is voor ons niet alleen een plek om te wonen, het is voor ons vaak ook een statussymbool.  Juist het bezit van een eigen huis geeft ons veiligheid en vrijheid.

 Wij zouden er niet direct voor kiezen om ons huis achter ons te laten en op weg te gaan zonder te weten waarheen.  We zijn gehecht aan ons plekje, hebben een grote behoefte aan de veiligheid van het eigen territorium en bezit.  En als we dan een keer op weg gaan dan moet er van alles geregeld worden. 

Dan kiezen we van te voren onze bestemming, we kiezen hoe we gaan, met het vliegtuig, de auto, trein, bus, of boot en we plannen de dag van vertrek, we reserveren een plekje en pakken onze koffers. 

Volgeladen met koffers en tassen gaan we dan op weg.  Eigenlijk, als we konden, dan zouden we ons huis meenemen, toch?  Of in ieder geval ons eigen bed.

In onze reis ligt alles zoveel mogelijk vast, en om narigheid te voorkomen zorgen we ook nog dat we goed verzekerd op weg gaan.

We gaan niet zomaar op weg.  We laten ons niet leiden, maar bepalen zelf waarheen we gaan. 

 Aan de andere kant zien we ook een opmerkelijke toename van mensen die als pelgrim op weg gaan.  Maar de betekenis van het pelgrimeren vandaag de dag is dat je op weg gaat naar een vooraf bekende bestemming die een bijzondere betekenis heeft binnen religie en verbonden is met een heilige van een religie. Of het wordt juist gezien als een reis zonder religieuze achtergrond maar wel met een zinbeleving. Inspiratie, ontmoeting, het loslaten van de hectische wereld.

 Pelgrimeren, in de oerverhalen werd het al gedaan, we doen het nog steeds. Vroeger zonder te weten waarheen, vandaag de dag met onze TOMTOM of kaarten op zak, maar de vragen zijn het zelfde:

Waarheen, waartoe ?

Alice in Wonderland vroeg: Geachte poes,  zou u mij misschien kunnen zeggen welke kant ik uit moet gaan?
Dat hangt er nogal vanaf waar je heen wilt, zei de kat.
Het kan me niet schelen waar ik heen ga, zei Alice. Dan maakt het ook niet zoveel uit welke kant je uitgaat, sprak de kat.

  • Pelgrimeren, waar brengt de weg je?
  • Waar ben je geweest?
  • Wat heb je op dit punt bereikt?
  • Wat neem je mee van hier?
  • Wat laat je achter?

Op pelgrimsroutes worden vaak merkstenen neergelegd. Gedenkstenen.

Gedenkstenen, als teken van verhalen die plaatsgevonden hebben. Jacob richt vier maal een steen op. Steeds als slot van een bepaalde periode uit zijn leven. Zijn leven loopt bijna van steen tot steenoprichting. Abraham doet het zelfde. Hij legt een altaar aan bij de godseik van Moree.

Merkstenen.
Gelegd bij levensgebeurtenissen die zo belangrijk zijn, of om in stenentaal te spreken: zo gewichtig zijn,  dat ze niet vergeten mogen worden.
Ze werken bevrijdend, of staan symbool voor bevrijding, door het water heen, door een gevecht heen, een gewichtig moment, tijd om een steen op te richten als gedenkteken van wat er is gebeurt.

De vrijzinnigheid heeft ons de afgelopen 100 jaar iets gebracht, de vrijheid om te geloven, te twijfelen, te veranderen, te denken.
Markeren van je weg, het pad dat je gaat, de dingen die je hebt gedaan we kijken vanuit het nu terug in het verleden, en richten ons hoopvol op wat komen gaat.

De vrijzinnigheid staat volgens sommigen op een breekpunt, we vergrijzen, zelfs uw jonge voorganger is daar een voorbeeld van.
Het markeren van je pad  is van levensbelang om niet te verdwalen.
Weten waar je vandaan komt.
En voor hen die na jou komen een symbool, een teken van herkenning. 

Wat zijn onze markeringen?

Een Mexicaans gezegde luid: “Ze probeerden ons te begraven, maar ze wisten niet dat we zaden waren”

Dat is voor mij vrijzinnigheid, dat we onze bestemming nog steeds niet weten, maar dat we onderweg blijven, en dat door alle tegenslagen heen steeds blijkt dat we niet begraven zijn, maar dat we zaden hebben gezaaid.

En met alle zaken waar we nog voor staan, bleef ik ook haken aan de tekst van Dag Hammarskjöld, die als reflectie op zijn eigen levensreis schrijft:

"Tegen het verleden: dank, tegen het komende: ja!"

Gelukkig

Gelukkig maar dat we niet in de toekomst kunnen kijken.
Gelukkig maar dat we wel kunnen uitzien naar die toekomst
Gelukkig, maar
soms is het toch te eng, is er veel tegendraadsheid in wat we geloven, waar we op
vertrouwen.
Gelukkig maar dat we mogen twijfelen
Gelukkig maar dat we niet alleen zijn
In ons geloof op geluk, in onze hoop op liefde
In onze twijfel over dat wat komen gaat
Gelukkig gaan we niet alleen
Gelukkig maar.

Paradijs

Als je in God gelooft en er bestaat geen God
Is je geloof een nog groter wonder.
Dan is het echt iets onbegrijpelijk groots.

Waarom ligt er een wezen in de duisternis te roepen
Naar iets wat niet bestaat?
Waarom is dat zo?

Er bestaat niemand die hoort dat iemand in de duisternis roept.
Maar waarom bestaat de roep?

(Pär Lagerkvist)